Bouw van de kerk van de H. H. Agatha & Barbara

Degene die voor de eerste keer de Oudenbossche Basiliek bekijkt, wordt verrast door haar monumentale afmetingen. De lengte (uitwendig) is 81 meter, de breedte (uitwendig) 55 meter en het hoogste punt van de koepel is 63 meter. De Oudenbossche Basiliek is 16 maal kleiner dan de St. Pieter te Rome. Als men dan hoort, dat Oudenbosch ongeveer 3.500 inwoners telde toen men in 1865 met de bouw begon, stijgt de verbazing nog meer.

Pastoor Hellemons was in de jaren zestig in zijn gedach­ten volop bezig met de bouw van een kerk. De oude St. Agathakerk, die dateerde uit 1513, in 1648 overgegaan in protestantse handen en in 1799 weer aan de katholieken teruggegeven, verkeerde in slechte staat en werd voor het steeds groeiende aantal parochianen langzamerhand te klein.

Dat de kerken van Rome daarbij steeds meer voor zijn geest kwamen zal niemand verbazen. De St. Pieter te Rome had voor hem geen geheimen. Ontelbare uren had hij erin vertoefd. Ook had hij een grote bewondering voor het front van de St. Jan van Lateranen.
In een drietal preken heeft de pastoor zijn parochianen op de hoogte gebracht van zijn plannen. Niemand minder dan de beroemde architect dr. Petrus Josephus Hubertus Cuypers, geboren 16-5-1827 te Roermond en aldaar overleden 3-3-1921, was de bouwmeester. Hij is de bouwer van o. a. het Rijksmuseum en het Centraal Station te Amsterdam, heeft meer dan 100 kerken gebouwd en was bij een nog groter aantal betrokken. Zowel het kerkgebouw als de façade van de Basiliek heeft Cuypers naar eigen ideeën en voorstellingen gepland en uitgevoerd. Nog twee namen dienen voor de volledigheid van de bouwhistorie te worden genoemd, n.l. Theodorus Philippus Florschütz, geboren te Charleroi op 28-6-1823, "tekenmeester" op het Instituut Saint Louis en in Oudenbosch overleden 18-12-1886 en Jacobus Johannes van Tilborg, geboren te Oudenbosch 18-10-1830 en aldaar overleden 7-1-1897, van beroep timmerman. Beide personen hebben pastoor Hellemons bij de bouw van zijn kerk uitstekend geholpen. De naam van Florschütz leeft nog voort in de z. g. "Flosjeskamer", een ruimte halverwege in de opgang naar de koepel. Betrokkene was ook een verdienstelijk schilder.

Aan hem wordt de beschildering van de penditiefs of zwikken van de grote koepel met de vier Evangelisten toegeschreven.


Pastoor Willem Hellemons, stichter van de Basiliek

Willem Hellemons werd geboren te Roosendaal, niet ver van Oudenbosch, op 17 april 1810. Al jong gaf hij het verlangen te kennen om priester te worden. De jonge Hellemons besloot toe te treden tot de orde van de Cistercienzers. Deze orde bezat tot 1797 een abdij te Hemiksem aan de Schelde, even ten zuiden van Antwerpen. Bij de komst van de Franse troepen werd het klooster in beslag genomen. De monniken verspreidden zich her en der, onder meer in de parochies, die zij in Nederland bedienden, nl. Hoeven, Oud Gastel, Oudenbosch en Wouw. De pogingen in de jaren omstreeks 1830 om zich weer te vestigen in Hemiksem bleven zonder resultaat. Enige jaren later, in oktober 1833, konden enige Cistercienzers een leegstaand klooster te Bornem betrekken. Deze situatie was de reden dat Hellemons in 1829 naar Rome vertrok om zijn priesterstudie voort te zetten. Hij verbleef aldaar in het klooster van de Cistercienzers, het H. Kruis in Jeruzalem, in de nabijheid van de Basiliek van St. Jan van Lateranen. Spoedig ontmoette hij in Rome kardinaal Cappelari, prefect der Congregatie de Pro¬paganda Fide, die op 2 februari 1831 tot Paus werd gekozen. Zijn naam was Gre¬gorius XVI (1831-1846). Tussen de Paus en Hellemons ontstond een blijvende vriendschappelijke relatie. Op 13 februari 1831 legde hij zijn plechtige geloften af. Na voltooiing van zijn studie in de wijsbegeerte en godgeleerdheid ontving hij in de Basiliek St. Jan van Lateranen op 23 maart 1833 de priesterwijding. Het verblijf in Rome is voor het verdere leven van Hellemons van beslissende betekenis geweest. Bij de latere bouw van zijn kerk bleek dit overduidelijk. Kunstzinnig als hij was, heeft hij intens genoten van Rome met zijn prachtige bouwwerken en kerken. Zijn Romeinse jaren zijn niet zonder invloed gebleven op zijn houding jegens het pausschap.

Zijn liefde voor de Paus uitte zich wel heel markant in de jaren 1864-1870 toen, mede door zijn inzet, 3.000 Nederlandse Zouaven via Oudenbosch naar Rome vertrokken om te strijden voor de instandhouding van de kerkelijke staat. Na zijn terugkeer uit Rome werd hij al spoedig door zijn overste van de St. Bernardusabdij te Bornem op 3 oktober 1834 aangewezen als assistent in de parochie te Oudenbosch. Hij trof daar allerlei toestanden aan, die voortvloeiden uit de aanwezigheid van veel militairen. Op 9 december 1836 werd de assistent Hellemons eerste kapelaan, om vervolgens reeds na vijf jaren, n. I. op 5 maart 1842, te worden benoemd tot pastoor van de Oudenbossche parochie. Pastoor Hellemons stierf op 12 december 1884. Zijn stoffelijk overschot werd aan de aarde toevertrouwd op de grafheuvel van het kerkhof aan de St. Bernaertsstraat, de plaats waar eens de oude Agathakerk stond.


ontwerp en realisatie | © 2006 MediaWiz