Recente restauratie vervolg
Vanaf 1975 zijn er andere restauratieplannen gemaakt. Het eerste dateert van 26 maart 1975 en is opgesteld door de fa.Verschueren Orgelbouw Heijthuijsen b.v.
Het heet dan "Plan voor de bouw van een 2-klaviers mechanisch orgel met vrij pedaal in de bestaande orgelkas" .
Vanzelfsprekend zouden de historische delen aan pijpwerk en windvoorziening in het werk opgenomen worden. Een aanvrage om subsidie leidde wel tot een monumentaliteitsverklaring van rijkswege m.b.t. het orgel, maar niet tot het verkrijgen van subsidie.
Meerdere plannen werden gemaakt; diverse subsidie-aanvragen werden gedaan, wat uiteindelijk geleid heeft tot het toekennen van een bedrag van rijkswege, waarna aan de orgelmakers Verschueren de opdracht tot restauratie (of beter gezegd tot nieuwbouw in historische stijl) is verstrekt. Het laatste restauratieplan dateerde van 1986 en bevatte nog een aantal elementen van het meer dan 10 jaar oude eerste plan. Medio 1987 is, na afsluiten van het kontrakt, het pijpwerk van het orgel naar Heijthuijsen vervoerd en zijn de niet meer te benutten onderdelen uit het orgel verwijderd.
De kas is ter plekke gerestaureerd en gekompleteerd; vooral i.v.m. -de ernstige verzakkingsverschijnselen is een verwijderde trekstang opnieuw aangebracht en het geheel weer zoveel mogelijk te lood gesteld. De orgelkas is gereinigd en daarna gedeeltelijk opnieuw geschilderd en verguld.
De ontbrekende panelen in de zijwanden en in de onderbouw zijn gekompleteerd en ook is het dak weer sluitend gemaakt.
De restauratie van het orgel zelf is bijna een avonturenroman geworden. Door de Rijksadviseur, dhr. O.B.Wiersma, in samenwerking met de orgelmakers en met schrijver dezes, is al het historisch pijpwerk onderzocht op stijlkenmerken, inskripties, mensuren (maatverhoudingen) etc. etc. Al doende kwam steeds meer van het oude werk boven water en kon er een splitsing gemaakt worden in pijpwerk van König, pijpwerk van onbekende herkomst uit de eerste helft van de 19e eeuw, dat een opmerkelijke overeenkomst met het werk van de orgelmaker Van Hirtum uit Hilvarenbeek vertoont; pijpwerk uit de periode 1883-93, een aantal pijpen van onbekende herkomst en tenslotte het materiaal uit 1941. Van het orgel uit 1773 bleek geen enkel register geheel verdwenen te zijn! Wel hadden in de loop der vele jaren diverse opschuivingen en wijzigingen plaatsgevonden. Wij noemden al de veranderingen in 1807. De verandering van de Quint 3' in een Fluit 4' was een heel duidelijke; die van de Cornet, waarin vele andere pijpen een plaats hadden gevonden, werd pas duidelijk toen de viervoet en de tweevoet resp. tot het 2e en 4e koor bleken te behoren.
Koor 1 en 3 konden dus alleen met een Quint 5 1/3' en een Terts 3 1/5' geweest zijn, een element dat ook bij andere König-orgels voorkomt en waardoor ook de accolade bij Quint 6'/Cornet'4 st in het kontrakt duidelijk wordt. Oorspronkelijk was de Quint 6' de bas van de op Quint 6’ gebaseerde Cornet.
De Mixtuur uit de 1' met repetities naar 2’(CO), 2 2/3 (c') en 5 1/3' (c2) bleek alleen het hoogste koor verloren te hebben. De Trompet 8' was naar het pedaal verhuisd en had een aantal hogere pijpen verloren. In alle mogelijke registers bleken oude pijpen
van König aanwezig te zijn. Gedurende deze onderzoekingen groeide het verlangen v.w.b. het Hoofdwerk de dispositie van König te herstellen, zij het alleen labiaal.
Uit de tweede helft van de 19e eeuw waren een waardevolle Trompet 8' en een Clairon 4' aanwezig, die goed dienst zouden kunnen doen in de nieuwe situatie. Het geplande Bovenwerk diende aan te sluiten bij het Hoofdwerk. Hiertoe werd een dispositie in de geest van König ontworpen, waarin vooral het Van Hirtumachtige pijpwerk Prestant 8' disc., Prestant 4', Gemshoorn 4', Quintfluit 3' en Waldfluit 2'
goede diensten zou bewijzen.
Voor de stemmen Viola di Gamba 8' disc., en Tintinnabulum (Carillon) disc. werden ook historische pijpen gevonden. E.e.a. zou aangevuld worden met een Fourniture 3 sterk, een Basson 8' (als Dulciaan uitgevoerd) en een Vox Humana.
Na alle schiftingen bleek ook een Pedaal te realiseren met de fraaie Principaal 16' uit 1883/93, de mooi gemaakte en goed klinkende Subbas 16' van 1941, de 12 grootste pijpen van de Bombarde 16' in oud-Vlaamse factuur, mooi Vlaams pijpwerk voor een Octaaf 4' en de 30 pijpen van König, te plaatsen als Pedaal trompet 8'.
In de afgelopen jaren zijn diverse bezoeken gemaakt aan de Königorgels te Nijmegen en Arnhem, zowel voor het maken van laden, mechanieken etc. als voor de onderzoekingen aan pijpwerkfactuur en klankkarakter. Het nieuwe "oude" orgel is zo ontstaan in een synthese van het aanwezige: kas, pijpwerk, windvoorziening en het nieuw vervaardigde: windladen, speel- en registertractuur, klaviatuur. De orgelmakers zijn als het ware in de huid van de oude meesters gekropen.
De nieuwe windladen zijn 5 in getal, 2 voor het Hoofdwerk met een pijpopstelling van opzij naar het midden aflopend, het Bovenwerk met een pyramidale opstelling, de beide Pedaalladen kops op het front met de grootste pijpen voorop. Voor de frontpijpen, Principaal 16' van het Pedaal is een aparte lade met eigen tractuur gemaakt.
De nieuwe dispositie luidt:
Manuaal I, Hoofdklavier, C - f3
Bourdon 16', C t/m E zink, tweede helft 19e eeuw rest. kompositie, 1773.
Prestant 8', C t/m Fiso, oude frontpijpen, rest. oorspronkelijk op de laden, 1773.
Holpijp 8', geheel kompositie, 1773.
Quint 6', gedekt pijpwerk, bas, 1773.
Octaaf 4', 1773.
Quint 3', 1773.
Superoctaaf 2',1773.
Mixtuur 1', 4 sterk, 3 koren uit 1773, hoogste koor nieuw.
Cornet 6' discant op verhoogde banken, 1773.
Trompet 8', 1883/93, enkele pijpen van König.
Clairon 4', 1883/93, hoogste octaaf labiaal.
Manuaal 11, Bovenwerk, C - f3.
Gedekt 8' bas/discant, geheel metaal, eerste helft 19e eeuw.
Prestant 8' discant, zelfde 19e eeuwse factuur.
Viola di Gamba 8' discant, 19e eeuwse factuur à la Smits (Reek), misschien door hen geplaatst.
Prestant 4', als Gedekt en Prestant 8' discant.
Gemshoorn 4', zelfde factuur, groot octaaf gedekt.
Quintfluit 3', zelfde factuur, groot octaaf gedekt.
Woudfluit 2', C-B als roerfluit gemaakt, rest cylindrisch open, meeste pijpen 19e eeuws.
Tintinnabulum (Carillon) 3 sterk, discant, ged. 19e eeuws, ged. nieuw.
Fourniture 2', 3 sterk, nieuw.
Basson 8', nieuw naar voorbeeld van König.
Vox Humana 8', nieuw, idem.
Pedaal, C - f'.
Principaal 16', C t/m Fis, in middenfront, G en Gis binnen,
A t/m d' in de zijfronten, de rest op de laden, zwaar zink, 1883/93.
Subbas 16', c t/m Fiso grenen, 1941, gO t/m f', nieuw, grenen.
Octaaf 8', nieuw.
Octaaf 4', 1883/93, Vlaamse factuur.
Bombarde 16', groot octaaf Oudvlaams, co – f’ nieuw in aansluitende factuur.
Trompet 8', 1773.
De samenstelling van de vulstemmen is lAldus:
Mixtuur C 1' - 2/3' - 1/2' - 1/3'
CO 2' - 1 1/3' - 1' - 2/3'
Cl 2 2/3' - 2' - 1 1/3' - 1'
C2 5 1/3' - 4' - 2 2/3' - 2'
Cornet C' 5 1/3' - 4' - 3 1/5' - 2'
Tintinnabulum c' 4' - 1 3/5' - 1'
Fourniture
C 2' - 1 1/3' - 1'
C° 2' - 1 1/3' - 1'
C’ 2 2/3' - 2' - 1 1/3'
C2 2 2/3' - 2' - 1/3'
Waar niet anders vermeld wordt is het pijpwerk vervaardigd uit een mengsel van overwegend lood, waaraan een percentage tin is toegevoegd. Men noemde dit vaak compositie of stoffe, later kwam de term (orgel-)metaal in zwang.
De toonhoogte is op aO 440 tr. per sec. De winddruk bedraagt 84 mm., de temperatuur is evenredig zwevend. Er zijn 2 magazijnbalgen met inspringende en uitspringende vouwen.
Wij willen nu enkele indrukken geven, gekombineerd met specifieke eigenschappen van pijpwerk, kas, tractuur etc.
In het Handschrift-Broekhuijzen wordt van het orgel opgemerkt dat het geen "houtpijpwerk" bevatte. Dit geldt nog steeds voor zowel het Hoofdwerk als ook voor het Bovenwerk.
Slechts de Subbas 16' van het Pedaal is van hout vervaardigd. Opvallend is de struktuur van de pijpen F t/m H van de Bourbon 16' op het Hoofdwerk. De struktuur van het linnen, waarop het metaal is gegoten, bevindt zich aan de buitenkant van de pijpen. Aan de 17 grootste pijpen van de Prestant 8' van het Hoofdwerk is goed te zien, dat het vroeger frontpijpen zijn geweest.
Op groot C van dit register (en ook op de eerste pijp van diverse andere registers) heeft König zijn signatuur aangebracht: “C Prestant 8 Pieds fait àCologne par Louis König pour Oudenboss 1773".
De eerste binnenpijp van dit register is ook gesigneerd:
"Prestant cont" (inuatie). .
Zou men denken dat König geheel frans is georiënteerd, dan wordt dit gelogenstraft door de Holpijp, die als opschrift heeft: "hollpfeiff 8 C Oudenboss", evenals door Octaaf 4: "Octav 4 C Oudenboss". Het pijpwerk van König en het andere oude pijpwerk hebben veel "specifieke tooninskripties , waarin de Duitse B (= Bes) en de H (= B) konsekwent voorkomen. Latere inscribenten hebben Ax en B, terwijl hier en daar in aanvullend pijpwerk uit 1883/93 "Franse" toonbenamingen als UT, RE;, MI, FA etc.'. voorkomen.
König heeft, om verwarring te voorkomen , vooral het kleinere pijpwerk voorzien van cijfers (4 ,2 voor Octaaf 4’ en Octaaf 2’) of letters (m = Mixtuur).
De schaarse namen op het 19e eeuwse pijpwerk van het Bovenwerk beperken zich tot Holpyp, Fluyt, Kwint, Bourdon, Octaaf, Gempshoorn en Gemshoorn . De tongwerken uit de 19e eeuw hebben een eigen factuur: geen kop- en ringkonstruktie, wel koperen banden aan de bovenkant van de stevels; op het groot octaaf van de Trompet 8' na, die rechte kelen heeft, zijn de kelen "Vlaams". De eerste 12 pijpen van de Bombarde 16' hebben open scheepjeskelen. De stevels en schoenen zijn van messing (à la Van Peteghem. (Orgel te Bonne Espérance, Bombarde 24')
Bij een orgel waarvan slechts het pijpwerk van König is bewaard gebleven, kan men niet zonder meer van een Königorgel spreken, te meer daar bovendien noch de orgelkas noch het kerkgebouw uit 1773 dateren.
Toch is het de orgelmakers Verschueren gelukt het nieuwe werk zo zeer in de geest van König te vervaardigen, dat men dit orgel "herkent": de transparante klank van de prestanten, de elegantie van de fluiten, de imposante totaalklank en met name de grote duidelijkheid van het orgel zijn verbluffend. Opvallend is de klank van het Bovenwerk, die naadloos aansluit bij het klankgebeuren van König op het Hoofdwerk.
De fraaie pedaalstemmen geven het orgel een overtuigend fundament. Voor het samenvoegen van alle elementen tot een zo vanzelfsprekend geheel past een niet gering kompliment aan de orgelmakers. Wie zich de slappe vaag klinkende geluiden van vóór de restauratie herinnert, zal volkomen verbaasd staan. Een aparte vermelding verdienen de registers Quint 6'/Cornet op het Hoofdwerk en het Tintinnabulum op het Bovenwerk. In het totaal van registers geven Quint/Cornet aan het orgel een fraaie en ongemene breedte, terwijl de Cornet in kombinatie met
de Bourdon 16', eventueel aangevuld met de Quint 3', tot heel bijzondere klanken leiden, zowel in vlug als in gedragen spel.
De klokjesklanken van het Carillon, bij de Königs en sommige van hun tijdgenoten Tintinnabulum genoemd, "rinkelen" door de hoge gewelven.
Het register kan echter ook aangevuld worden tot een slank cornetje, of aan het volle werk nog een kleurende dimensie toevoegen. Heel mooi ook zijn de acht- en viervoets registers van het Bovenwerk, te bekronen met de drie- en tweevoets registers. Het kleine plenum van het Bovenwerk is als een echo van het Hoofdwerksplenum, maar is ook in staat dit laatste d.m.v. de koppel te bekronen. Zo
zou ik door kunnen gaan ......
Tenslotte een woordje over de grootte van het instrument. Het zal duidelijk zijn dat een orgel met nog geen 30 registers het immense gebouw niet kan "volspelen" in kwantatief opzicht. Daar zou zelfs een aanzienlijk groter instrument nauwelijks toe in staat zijn.
Wij moeten ons echter realiseren dat er in het verleden in vergelijkbare kerkruimtes orgels werden geplaatst, die vaak nog aanzienlijk kleiner, maar in ieder geval nauwelijks groter waren.
In de enorme Domkerken van Passau en Salzburg stonden aanvankelijk tweeklaviers/achtvoets orgels met iets meer dan 20 registers!
Het zelfde geldt voor de gigantische kerken in Italië, waar b.v. in de Dom van Milaan -één van de grootste kerkgebouwen van de wereld- nog in 1842 een éénklaviersorgel met 24 stemmen op het manuaal en 4 stemmen op het pedaal, dit alles zonder één tongwerk, tot stand kwam.
De voor ons land unieke Basiliek van Oudenbosch heeft nu voor het eerst in haar meer dan 100-jarig bestaan een adekwaat en volwaardig orgel.
Moge dit voor lang zo blijven!
Drs. J.J. van der Harst, adviseur bij de restauratie van het orgel van de Basiliek.
